Altijd speciaal

Vandaag was het weer zo ver: voor veel mensen in de regio, zeker nu VVV-Venlo is gedegradeerd, de wedstrijd van het seizoen. De regerend landskampioen, Ajax, kwam namelijk op bezoek in het Parkstad Limburg Stadion. En ja, dan heb je buiten een paar countertjes niets in te brengen, hoop je 91 minuten en 32 seconden op puntjes en loop je om 15:00 zwaar teleurgesteld tussen de ME door over het stadionterrein. Maar toch is het een speciale wedstrijd.

Op de gemiddelde zaterdagavond in Kerkrade knijpen we ons in de handjes als er 14.000 toeschouwers in het stadion zitten, maar rond (waarvoor bedankt, commercie) 12:30 zaten er gewoon 18.000 mensen te kijken naar 11 strijdende Roda JC’ers en 11 zoekende, en uiteindelijk vindende, Ajacieden. Jongetjes in de wijde omgeving van Kerkrade hebben dagen ernaar uitgekeken, want hun favoriete club, van ergens heel ver weg, die ze normaal alleen zondagavond iets na zevenen zien spelen, speelde weer eens in de buurt. Normaal gesproken in Ajax-pyjama op de bank, nu dan eens in Ajax-shirt de tribune op. Ik zal niet ontkennen dat ik overmand wordt door gevoelens van afgunst en walging als Ajax scoort en ik dan opeens denk in het uitvak te zitten: pardoes springen velen om me heen op. Even op de bordjes kijken; toch echt de thuistribune. Bizar, maar ook wel mooi, want veel regioclubs zullen dit meemaken als Ajax, en in mindere mate Feyenoord, op bezoek komen.

1-0 ©De Brouwer

Wat Ajax en Feyenoord gemeen hebben, is dat deze clubs zo’n beetje de enige gasten zijn die een vol bezoekersvak op de been weten te brengen, want laten we wel wezen: het is een eindje. Een man of duizend kwamen over vanuit Amsterdam (en eigenlijk uit alle hoeken van het land). Het vreemde is dat Ajax dit mocht doen met een mooie parkeercombi, want de Ajacieden zorgen eigenlijk nooit voor problemen, terwijl het met onze Rotterdamse vrienden eigenlijk altijd uiteindelijk vechten is. Vandaar is het ook redelijk schokkend dat er zo veel ME op de been was na afloop, want het was hartstikke rustig. Vandaag werd ook weer aangetoond dat (bij de meeste clubs) thuis- en uitsupporters ook gewoon door elkaar kunnen zitten, zonder dat daaruit problemen hoeven te ontstaan.

Met zo veel supporters, zo’n tegenstander en (want dat helpt ook) zo’n wedstrijd ontstond er een ambiance in het stadion die je eigenlijk maar één keer per jaar mee maakt. De West- en de Zuidtribune zingen netjes tegen elkaar op, de Godenzonen in het uitvak trachten dat weer te overstemmen, zijn stil na de 1-0, maar dan toch de mokerslag. Ook op mijn Noordtribune werd meegeleefd, zoals ik dat in ieder geval sinds Sparta-thuis (daar heb ik het liever niet meer over) heb meegemaakt. En dan is het toch allemaal net wat leuker dan op een gezapige zaterdagavond wanneer Heracles Almelo even komt buurten.

Dan realiseer je je hoe leuk deze topwedstrijden eigenlijk zijn, ondanks de grote teleurstelling die zich uiteindelijk van je meester maakt. Hoe zo’n sfeer een verloren thuiswedstrijd toch nog enigszins leuk kan maken. Kunnen clubs als Ajax niet gewoon 17 keer per seizoen langskomen?

Advertenties

Niet allemaal de polonaise lopen

Twee wedstrijden gespeeld in de Eredivisie, drie punten. Eigenlijk wel conform de verwachting, zeker gezien het programma. Van de op papier gedoodverfde kampioen naar de op papier gedoodverfde degradant. De eerste keer met 3-0 erop, de tweede keer met 2-0 winst van het veld af. Het spel lijkt beter verzorgd dan vorig seizoen. Maar goed, tijd voor realisme: het is zeker nog geen tijd om de polonaise te lopen.

In de ArenA was er bij mij sprake van gezonde spanning. Veel nieuwe spelers in de basis, een basis die ik tijdens vele oefenwedstrijden aan het werk had gezien en waar ik het wel in zag zitten. Eigenlijk is het een voordeel om tegen de kampioenskandidaat nummer één te beginnen: je hoeft niet te winnen. Relaxed een potje voetbal kijken. Tijdens de eerste helft keken de spelers van Roda JC ook relaxed een potje voetbal, leek het wel. Kansloos was het niet, want Roda had eigenlijk al na vier minuten de leiding moeten pakken, maar buiten dat kon Ajax vrolijk de bal rond tikken. Door twee individuele fouten stond het 2-0 bij rust, maar Ajax was tien klassen beter.

De ArenA voor aanvang

De ArenA voor aanvang

Wat dat betreft gaf de tweede helft meer hoop. Roda voetbalde frisser, zette meer druk en kon bij vlagen voetballend onder de druk van Ajax uitkomen. Dit resulteerde in een bal op de paal van Hupperts, een penalty van Pluim die ze nu nog steeds aan het zoeken zijn en een bal die ongelukkig van Németh’s voet afsprong. Dat hij er aan het einde dan alsnog inviel aan de andere kant, maakte niet zo heel veel uit. Op basis van de tweede helft was er veel vertrouwen bij mij. Vrolijk verliet ik de ArenA en wandelde ik over de ArenA Boulevard tussen de feestende Ajacieden.

Opkomst tegen Cambuur

Opkomst tegen Cambuur

Gisteravond (vrijdag) was er, bij het betreden van het Parkstad Limburg Stadion, al wat minder gezonde spanning aanwezig. Ondanks dat het pas de tweede wedstrijd was, was er nu wel al sprake van ‘moeten’. Want Cambuur is toch dé ploeg die gaat degraderen dit seizoen. In de eerste helft voetbalde Roda aardig. De bal ging goed rond, maar kansen werden er nauwelijks gecreëerd. Németh werd één keer goed weggespeeld, omspeelde de keeper en stond voor open doel… naast. Gelukkig maakte de Hongaar het vertrouwen daarna wel waar, door de 1-0 binnen te schieten. In de rust werd er hoopvol gesproken over snel scoren en daarna rustig uitlopen.

Hoe anders liep het in de tweede helft. Vijfenveertig minuten lang was het bibberen op de tribune, want de 1-1 hing continu in de lucht. Voetballend kwam Roda JC er totaal niet meer uit, Cambuur was constant in de aanval. Ook ons aller breekijzer Frank Demouge wist geen verandering in het spelbeeld te krijgen. Het had allemaal niet veel langer moeten duren, want dan had de gelijkmaker erin gelegen, maar gelukkig was er – dan toch – Demouge, die opzij kopte richting Donald. 2-0. Eindelijk eens kwam er de aansluiting vanuit het middenveld door Donald, want een fysiek en kopsterke spits als Demouge kan het niet alleen bolwerken voorin. De drie punten zijn binnen.

Toch is het positivisme ietsje minder geworden. Laten we hopen dat Németh zijn scorende lijn door kan zetten en laten we Demouge toch vooral als breekijzer gebruiken, want dat is waar hij goed in is. Laten we ook hopen dat Donald wat vaker diep durft te gaan op het middenveld, dat Fledderus nog maar wat mooie vrije trappen en voorzetten mag geven en dat Hupperts volgende week, en de 31 weken daarna, wél zijn man voorbij komt. Daarachter lijkt het wel redelijk goed te staan allemaal. Kurto ging opeens ballen vangen, de verdediging is een verademing ten opzichte van vorig seizoen en met Kali en Pluim als controleurs hebben we geluk.

Desalniettemin hoop ik dat het duidelijk is dat er tegen Vitesse – en tegen alle andere ploegen – uit een heel ander vaatje getapt moet worden dan in de tweede helft tegen Cambuur. Als Ruud Brood en de spelers daar keihard aan zullen werken, en daar vertrouw ik op, wordt het inderdaad een leuk seizoen!

Vervelende Duitsers

In Portugal heerst er wel een algemene consensus, zo lazen we in het reisboekje: het allerlekkerste ijs van het land eet je bij Santini in de badplaats Cascais, dertig kilometer ten westen van de hoofdstad. Dat ijszaakje hebben we dan ook bezocht vanmiddag en het ijs was inderdaad ongelofelijk lekker! De Portugezen vinden dat zelf blijkbaar ook, want trots kregen we te horen dat we aan het lekkerste ijs van ‘not only Portugal, but whole Europe’ zaten. Echter niet alleen om dat ijs treinden we vandaag vanuit Lissabon richting Cascais.

Daar was het namelijk eerst tijd voor wat sightseeing: we bekeken het grote fort aan zee, dat vroeger dienstdeed als beveiligingsvesting. Ook bewonderden we de grote jachten die in de haven van het plaatsje liggen, een plaatsje dat duidelijk is weggelegd voor de Portugezen die het wat beter getroffen hebben in hun leven. Zij wonen in grote huizen langs de zee of juist in de smalle, maar heel erg mooie, binnenstraatjes van het dorp.

Ook is Cascais erg geliefd bij toeristen. De ideale ligging, met veel stranden, die er in Lissabon niet zijn, zorgde ervoor dat we vandaag heel wat meer Nederlands hoorden dan in de afgelopen dagen bij elkaar. De hele namiddag hebben we dan ook liggend op het strand doorgebracht, lekker onder de bloedhete zon. Even uitrusten na de vermoeiende dagen, die we er in de stad al op hebben zitten!

Daarvoor hadden we eigenlijk nog naar een uitzichtpunt iets buiten het plaatsje willen gaan, de Boca do Inferno, oftewel de mond van de hel. Een soort rotsformatie waar de zee heel erg hard tekeer gaat, schijnt het. Helaas waren de fietsen, die gratis te leen zijn in het dorp, al op. Besloten werd dat er geen zin meer was om het stuk te lopen. Erg jammer…

Wel hebben we nog het leuke park van Cascais bezocht, waar we midden in de spelmiddag van de plaatselijke basisschool terechtkwamen. Overal in het park werd gevoetbald, getrefbald en nog vele andere sporten. Hier in Portugal is het nog geen zomervakantie, leerden we vanmiddag namelijk. Die begint hier pas in augustus. Arme kinderen…

Was er ook nog een dieptepuntje van de dag? Ja. Tijdens het avondeten kwamen we helaas naast een Duitse man met een vrouw (niet zijn eigen) terecht en de beste man probeerde de hele tijd wanhopig en luidkeels grappig te zijn, wat jammerlijk mislukte. En dat twee uur lang. Absoluut geen pretje. Hopelijk treffen we dat morgen beter, dan wandelen we weer de gehele dag door de stad heen…

‘Sardientjes zijn voor iedereen’

Dat was de tekst die op een gebouw langs een grote winkelstraat te lezen viel. Voor dat gebouw was de straat behangen met slingers van, jawel, sardientjes. Zo begon vandaag een lange wandeling door de oudere wijken in het centrum van Lissabon.

Eerst kwamen we over twee gigantische pleinen, waarvan één aan de rivier de Taag. Daar hebben we ook gegeten vanavond, bij een heel erg lekkere Italiaan (daar komen we zeker nog terug!). Die pleinen werden verbonden door een lange winkelstraat, met kledingwinkels als de Zara, Bershka, etc. Zo waande je je even in Nederland, maar dan met goed weer.

Vandaag kwam namelijk de zon dan eindelijk door. Dat zorgde meteen voor lekker warme temperaturen van richting de dertig graden. Onder de zon liepen we door eeuwenoude Portugese volkswijken, nauwe straatjes waarin we – wederom – een aantal keren hopeloos verdwaalden. Daardoor kwamen we wel enkele leuke taferelen tegen, zoals een lange steile trap waar BMX’ers om de beurt naar beneden vlogen.

Door het lekkere weer was het uitzicht van vier uitzichtpunten ook een stuk mooier dan gisteren, toen het nog grauw was. Het mooiste uitzicht heb je hier vanaf het Castelo de São Jorge, een oude Romeinse vesting, vanwaar je over de hele stad kan kijken, tot aan de overkant van de brede rivier de Taag, kilometers verderop, aan toe.

Tevens hebben we vandaag ons debuut gemaakt in het reizen met de tram. Na de bus en de metro, maakten we vandaag een werkelijk dolle rit met een twee eeuwen oude tram. Het voertuig ging abnormaal steile weggetjes op en af in volle vaart, waardoor het nog het meeste weg had van een achtbaan die midden door de stad vloog. Daarbij was de tram ook nog eens overvol en werden de mensen die moesten staan door het gangpad heen en weer geslingerd.
Een andere vorm van ‘openbaar vervoer’ hier is de lift. Sommige stadsdelen liggen tientallen meters hoger dan het naburige gedeelte en daarvoor wordt dan een kaarsrechte lift gebruikt, waarin je ook gewoon kan inchecken met de OV-kaart. In Nederland ondenkbaar.

Verder hebben we vandaag nog enkele kerken bezocht en een paar leuke winkeltjes: eentje waarin alle producten van kurk waren gemaakt en een gigantische boekhandel, van bijna een hele straat lang. Daar was ook te zien dat ook hier Inferno van Dan Brown, waarover ik een paar dagen terug nog een recensie schreef, hét boek van dit moment is. Leuk was dat ze hier het verkochten met exemplaren van De goddelijke komedie van Dante.

In ieder geval, morgen wordt het een wat meer relaxte dag. Na de afgelopen twee dagen ruim veertig kilometer gelopen te hebben, gaan we morgen naar de strandplaats Cascais, een kilometer of dertig buiten de stad. Ook daar gaan we een route maken, maar dit keer per fiets, zodat we ook tijd over houden om op het strand van het lekkere weer te genieten. Tot morgen!

Verdwaald onder de wolken

Vandaag hebben we Belém bezocht, het stadsdeel dat zo’n vier kilometer ten westen van het centrum ligt. Toen om negen uur de wekker afliep, werd al snel duidelijk dat het weer nog niet beter was: een grijze hemel en een graad of achttien.

Ondanks de lage temperaturen besloten we, niet geheel vrijwillig, om uit te gaan waaien langs de rivier de Taag. Op de route lag namelijk eerst de markt, maar na vijf kilometer richting die markt gelopen te hebben, kwamen we erachter dat ons doel precies aan het begin van de wandeling lag. Vijf kilometer terug dus. Daardoor kon ook meteen de geplande tramrit vanaf daar bergop vergeten worden en uiteindelijk besloten we maar om de route die we gepland hadden andersom af te werken.

Dat betekende dat we meteen nog vier kilometer aan boulevard konden toevoegen aan de wandeling. Na talloze keren bijna overreden te zijn door fietsers of overlopen te zijn door overenthousiaste Portugese joggers, kwamen we aan bij de Padrão dos Descobrimentos, een 52 meter hoog monument ter ere van de zeevaarder Hendrik. Bovenop dat beeld konden we genieten van het uitzicht op de Portugese remake van de Golden Gate Bridge (Ponte 25 de Abril) en het beeld van Christus de Verlosser (Cristo Rei). Daarvoor moesten wel eerst 267 treden te voet worden getrotseerd, een pittig klimmetje…

Daarna gingen we wat meer Belém in. Wat daarbij niet mocht ontbreken, was het proeven van de Pasteis de Belém, kleine bladerdeegtaartjes. Deze zijn immens populair en voor het kleine zaakje waar ze te koop zijn, stond dan ook een enorme rij. Gelukkig wisten we die te omzeilen door in het restaurantje van de zaak te gaan zitten en daar merkten we waarom de rij zo lang is: de taartjes waren echt héél erg lekker!

Na dit middageten vervolgden we de weg door het Mosteiro dos Jerónimos, een gigantisch klooster uit de zestiende eeuw, waar onder anderen de ontdekkingsreiziger Vasco da Gama begraven ligt. Na zijn graf, en de supermooi afgewerkte muren en fontein van de binnenplaats, te hebben bewonderd, vervolgden we onze weg door twee botanische tuinen.

De weg door deze tuinen liep ontzettend steil bergop, het stuk dat we dus eigenlijk bergaf hadden willen doen, als het niet eerder mis was gegaan… Als klap op de vuurpijl, na de wandeling door de heel erg mooie tuinen, verdwaalden we na de laatste tuin hopeloos en na een half uur extra overbodig klimmen vonden we eindelijk de bushalte, waar de bus richting ons hotel vertrok.

Met die bus – we hebben inmiddels een Portugese OV-chipkaart – zijn we relatief veilig naar het hotel gekomen. Vanavond hebben we lekker gegeten in een Portugees restaurantje in een zijstraat van de grote straat richting zee. Zo hebben we na vandaag al 30 kilometer in de benen zitten! Morgen gaat het verder, door het oude centrum van de stad.

Heisa in de cockpit

Vandaag om 13:20 zou vanaf Düsseldorf de vlucht naar Lissabon vertrekken. Althans, dat was de bedoeling. We zijn gewoon in Lissabon aangekomen, maar desalniettemin stond om 14:20 de kist van TAP Portugal nog steeds aan de grond; er werd zelfs even aan een bom gedacht.

Wat was het geval? Er was één item bagage meer het ruim ingegaan, dan er aan bagage was ingecheckt. Stress alom, ieders boarding pass moest handmatig worden gecontroleerd, alle bagage werd weer uit het vliegtuig gehaald. Uiteindelijk bleek het loos alarm, gelukkig, en was er bij het inchecken een foutje gemaakt: we zitten nu dus gewoon in Portugal.

Een paar graden koeler dan verwacht bij de landing, maar toch nog een aangename 21 graden en bewolkt, was het weer niet helemaal zoals verwacht. Voor de volgende dagen wordt er echter hitte verwacht: we gaan ruim over de dertig graden heen… Perfect weer om kilometers te voet te maken door de stad en daar zijn we vanavond voorzichtig mee begonnen.

Na een beetje geïnstalleerd te zijn op de kamer in het hotel, hebben we heerlijk gegeten bij restaurant Guilty. Een heerlijke, dikke, vette hamburger ging er na een relatief vermoeiende dag reizen zeker in. Bovendien waren de serveersters een lust voor het oog… 🙂

Daarna hebben we de grote brede rechte weg, de Av. da Liberdade, verkend. Langs de grote weg, een soort Portugese remake van de Champs-Élysées, staan de mooiste gebouwen en er bevinden zich ook de duurste winkels. Ook het onvermijdelijke Hard Rock Café hebben we al ontdekt langs deze straat. In de zijstraten bevinden zich erg leuke restaurantjes, waar we de komende dagen zeker eens langs zullen gaan.

Morgen begint het pas echt met de eerste grote dagwandeling, door Belém. Daar gaan we ons vast verder verbazen over de Portugese taal, die bizar genoeg nog het meest weg heeft van Russisch en in bijna niets lijkt op het Spaans van de buren. Nog even wennen dus in Lissabon…

Dolle reis door wereldsteden

‘De donkerste plekken in de hel zijn voorbehouden aan hen die zich afzijdig houden in tijden van morele crisis.’ Denk daar maar eens over na. Het is slechts één van de vele uitspraken in het boek Inferno van Dan Brown, waar diep over nagedacht moet worden. En dat is lang niet het enige wat dit boek tot een meesterwerk maakt. 

De cover

Niet bijster verwachtingsvol begon ik eergisteren te lezen in dit boek. Ik had wel eens de verfilming van De Da Vinci Code gezien en dat kwam nog het meest op me over als een poging om veel te veel details uit een – misschien – goed boek in een film te stoppen, maar die film tegelijkertijd toch boeiend te houden. Dat had chaos tot gevolg. In een boek kan dit echter wat gemakkelijker voorkomen worden en dus begon ik aan het boek, het vierde deel uit de Langdon-serie. Zonder een idee te hebben wat me te wachten stond.

Wat me te wachten stond, was een verbijsterende reis door de historische harten van achtereenvolgens Florence, Venetië en Istanbul. Ondanks dat het verhaal puur fictioneel was, kon ik vanaf de eerste bladzijde de neiging om Google Street View erbij te pakken en elk detail op te zoeken niet onderdrukken. Dat geeft alvast aan hoe meeslepend dit boek wel niet is. Op zijn weg om te verhinderen dat een virus het aantal mensen op de wereld drastisch zal beperken bezoekt Langdon allerlei monumenten en toeristische attracties, maar auteur Brown weet ook te verrassen door langs minder bekende plekken in de steden te voeren. Om die weg te kunnen bepalen, moet Langdon allerlei symbolen en cryptische puzzels oplossen, die stuk voor stuk iets te maken hebben met het meesterwerk van de middeleeuwse dichter Dante Alighieri, De goddelijke komedie, en dan vooral het deel Inferno.

Bijzonder indrukwekkend in het boek zijn de vele onverwachte wendingen. Onverwachte wendingen maken een goed boek, maar in dit boek bekroop me tijdens het lezen het gevoel dat ik nu ongeveer wel doorhad hoe de vork in de steel zat. Totdat er weer iets onverwachts gebeurde. Langzamerhand begon ik steeds meer te denken dat Brown een gevaarlijke gek is, want als je dit kan bedenken… Ongelofelijk! Me verwonderend over de schoonheid van de steden, de ingewikkeldheid van het plot en de bizarre gebeurtenissen die zich in rap tempo opvolgden, vloog ik in rap tempo door het boek heen. Op momenten dat ik met andere dingen bezig was, ontstond er een plotseling drang om te lezen. En als net geslaagde scholier, was ik die drang na al het studeren geruime tijd kwijt geweest…

Het mooie aan het boek is, naar mijn mening, dat buiten alle spectaculaire en onvoorspelbare gebeurtenissen, en alle mooie bezienswaardigheden die worden aangestipt, het boek de ontwikkeling van personages niet vergeet. Ondanks dat het boek zich afspeelt binnen een tijdspanne van 36 uur, wordt op prachtige wijze duidelijk gemaakt hoe mensen in korte tijd naar elkaar toe kunnen groeien, maar ook elkaars vertrouwen kunnen beschadigen. Het ‘menselijke’ aspect is dus ook prominent aanwezig. Daar bovenop leert het boek je ook nog veel. Er worden veel vaktermen gebruikt, zowel uit de kunst als uit de geneeskunde, en alsof het nog niet genoeg is, wordt er ook een enorme hoeveelheid aan kunstgeschiedenis bij je naar binnen gepompt.

Al met al had ik nooit gedacht dat het boek me zo ongelofelijk zou aanspreken. Het had alles in zich en ik kan dan ook vol overtuiging zeggen dat dit boek momenteel terecht de boeken top 10 aanvoert. Iedereen zou ik bij deze willen aanraden dit boek te lezen, je zal er geen spijt van krijgen. Een briljant werk.